*

Het Klokhuis over Kindermishandeling

Kinderarts Rian vertelt wat zij voor hulp kunnen bieden

Wat gebeurt er bij hulp?

Als iemand om hulp heeft gevraagd bij Veilig Thuis, of als er melding is gedaan van kindermishandeling, dan komt de hulp op gang. Wat gebeurt er dan precies?

Praten thuis

Als er een melding wordt gemaakt over een gezin, dan nemen mensen van Bureau Jeugdzorg contact op met de ouders. De gezinsbegeleider van Bureau Jeugdzorg komt bij het gezin thuis om te praten over wat er aan de hand is. Ze praten ook met de kinderen en andere mensen uit de omgeving, zoals een oppas of een opa of oma.

De gezinsbegeleider onderzoekt welke problemen er precies zijn. En hij / zij overlegt met de ouders en de kinderen welke hulp er nodig is, zodat het thuis weer veilig wordt. Als kind mag je zelf meepraten over welke hulp je krijgt!

Duidelijke afspraken

Het eerste gesprek over het oplossen van de problemen is alleen met de ouders of verzorgers. Hesdy Olieberg is gezinsbegeleider en voert vaak van dit soort gesprekken. “Als het bijvoorbeeld gaat om huiselijk geweld, dan maken we eerst met de ouders een plan om dit geweld te stoppen. We maken daar duidelijke afspraken over. Daarna praten we met de kinderen erbij. Het is belangrijk om ze hierbij te betrekken en om alles open te bespreken. Er wordt aan ze uitgelegd welke zorgen er zijn, en waarom ik er ben. Ouders geven de kinderen, waar ik bij ben, toestemming om open over alles te praten met de hulpverleners.”

De ouders beseffen tijdens deze gesprekken vaak wat er verkeerd gaat thuis en willen daar graag iets aan veranderen. Kinderen vertellen hun verhaal vaak aan de hand van tekeningen die ze zelf maken.

Vertrouwenspersoon

Hedsy: “Als we de eerste afspraken hebben gemaakt, mogen de kinderen hun verhaal doen. We willen dat zij iemand bij dit gesprek uitnodigen, een vertrouwenspersoon. Dat kan een oma zijn, een tante of een oom. Iemand die ze makkelijk kunnen benaderen en bij wie ze zich veilig voelen. Door deze persoon bij de gesprekken uit te nodigen, weten de ouders ook wie er op de hoogte zijn van de problemen en de afspraken. Deze vertrouwenspersoon houdt de veiligheid van het kind in de gaten.”

“We maken afspraken met de ouders, die persoon en de kinderen over de veiligheid. Als het weer mis dreigt te gaan, dan weet iedereen wat er moet gebeuren. Maken de ouders bijvoorbeeld weer heel erge ruzie? Dan gaat het kind direct naar de oma, de tante of de oom die weet wat er moet gebeuren.”

Welke hulp er precies op gang komt, dat verschilt per situatie en per gezin, maar het wordt in ieder geval altijd overlegd met de ouders en met de kinderen. Als eerste wordt er gewerkt aan de veiligheid in huis en de veiligheid voor de kinderen.

Soms is er nog meer hulp nodig om te zorgen dat iedereen in het gezin zich weer goed en sterk gaat voelen.